Soms kan bewegen pijnlijk, vermoeiend of bijna onmogelijk worden, bijvoorbeeld door ziekte, valproblematiek of lichamelijke ongemakken. Het is belangrijk om te laten onderzoeken waar de problemen in het bewegen vandaan komen, dit kan bij uw huisarts of bij het Geriatrie MC. Hieronder volgen een aantal veelvoorkomende problemen die te maken hebben met het bewegen.
Vallen
Eén op de drie thuiswonende ouderen valt minstens eenmaal per jaar. Jaarlijks vinden meer dan een miljoen valpartijen plaats bij 65-plussers. Op oudere leeftijd neemt het risico op vallen toe en kan een val ernstige gevolgen hebben. Op deze website vindt u informatie over het risico op vallen en wat u kunt doen om dit te voorkomen.
Oorzaken van vallen
Vallen is vaak het gevolg van allerlei verschillende oorzaken die onderling kunnen samenhangen en elkaar kunnen versterken. Sommige oorzaken hebben betrekking op uzelf (bijvoorbeeld duizeligheid, slecht zien, verminderde balans), andere door gevaren in uw omgeving (bijvoorbeeld losliggende kleedjes).
Gevolgen van vallen
Door een val kan schade aan het lichaam ontstaan. Bij één op de drie valpartijen ontstaat letsel. Ook kan iemand angstig worden om een tweede keer te vallen. Valangst is een groot probleem, ook bij de mensen die niet vallen. Het vermijden van deelname aan activiteiten is hiervan een mogelijk gevolg. In beweging blijven en voldoende conditie en spierkracht hebben, vermindert juist de kans op vallen. Het voorkomen van een val is belangrijk om zo lang mogelijk zelfstandig te blijven.
Indien u problemen bemerkt met het mobiliseren, valangst ervaart of er hebben inmiddels al valincidenten zich voorgedaan, kunt u zich door uw huisarts of medisch specialist laten verwijzen naar het Geriatrie MC. Zij werken nauw samen met geriatrie fysiotherapeuten en zijn als team gespecialiseerd in duizeligheid, mobiliteitsproblemen en valproblematiek.
Draaiduizeligheid (BPPD)
BPPD staat voor Benigne Paroxismale Positie Duizeligheid. Het staat voor ‘goedaardige, kortdurende duizeligheidsaanvallen’ die ontstaan doordat u van positie verandert. De oorzaak van BPPD is een storing van het evenwichtsorgaan in het binnenoor. In het evenwichtsorgaan zitten kristallen. Bij patiënten met BPPD zijn deze kristallen losgekomen en naar een andere plek in het evenwichtsorgaan gegaan. Ze zitten dus niet meer op de plek waar ze horen. Bij bewegen van het hoofd bewegen de kristallen mee. Dit prikkelt het evenwichtsorgaan, zodat u goed kan waarnemen wat uw houding is. Wanneer de kristallen niet op de goede plek liggen, kan dit zorgen voor duizeligheid. BPPD is een belangrijke oorzaak van duizeligheid en een van de best behandelbare vormen. Kenmerken voor BPPD is draaiduizeligheid die een paar seconden nadat u een specifieke beweging maakt, ontstaat. Denk aan omrollen in bed, gaan liggen of naar boven kijken. De duizeligheid duurt meestal niet langer dan een minuut en gaat soms gepaard met misselijkheid en heel soms met braken.
Een behandeling is vaak niet nodig. Meestal stoppen de aanvallen van draaiduizeligheid binnen 4 weken vanzelf. Indien de klachten langer aanhouden of u heeft er erg veel last van, dan kan de huisarts of fysiotherapeut de Epley manoeuvre uitvoeren. Door deze bepaalde beweging verplaatsen de oorkristallen/gruis weer naar de juiste plaats, waardoor de duizeligheid vaak minder aanwezig is.
Duizeligheid bij opstaan (orthostatische hypotensie)
Orthostatische hypotensie betekent dat je bloeddruk daalt als je opstaat of van houding verandert. Je kunt dan duizelig worden, wazig zien of zelfs vallen.
Bij het opstaan zakt het bloed, onder invloed van de zwaartekracht, naar de benen. Hierdoor wordt het hart minder goed gevuld en daalt de bloeddruk. Het hart reageert hierop door sneller te gaan kloppen. Ook de bloedvaten vernauwen zich. Hierdoor herstelt de bloeddruk zich snel, waardoor u meestal weinig merkt van deze bloeddrukdaling.
Wanneer er sprake is van orthostatische hypotensie werkt dit echter niet optimaal. De hartslag stijgt te weinig of de bloedvaten vernauwen zich niet genoeg. Dit heeft als gevolg dat het herstel van de bloeddruk langer duurt. De bloeddruk kan zo laag worden dat er onvoldoende bloed naar de hersenen gepompt wordt. Dit kan leiden tot klachten van duizeligheid en soms flauwvallen.
Indien gewenst kan de huisarts of medisch specialist een verwijzing sturen naar het Geriatrie MC, alwaar er gezocht wordt naar de mogelijke oorzaken en aan de hand hiervan kan er een advies of behandeling gegeven worden.
Osteoporose
Als u 50 jaar of ouder bent en u valt, dan loopt u een grotere kans op een botbreuk. Dat komt omdat de botten brozer worden. Tussen de 50 en 70 jaar wordt vooral de pols gebroken, terwijl mensen boven de 70 jaar steeds vaker een heup breken. Vooral vrouwen met een lichte huidskleur hebben een verhoogde kans op botontkalking (osteoporose). Zo heeft een blanke vrouw op 50-jarige leeftijd meer dan 50% kans om in haar verdere leven iets te breken.
Als bij u sprake is van botontkalking, kunnen de volgende maatregelen zinvol zijn:
- Eet en drink calciumhoudende producten zoals kaas en melk. Daarvan is bewezen dat het helpt tegen botontkalking
- Dit geldt ook voor extra bewegen, en overdag buiten komen. Onder invloed van zonlicht maakt uw lichaam vitamine D aan. Deze vitamine is goed voor het opnemen van extra calcium uit de darmen.
- Bij botontkalking is het vaak nodig om medicijnen in te nemen. Overleg met uw huisarts of arts of u daarvoor in aanmerking komt. Deze medicijnen moet u wel lange tijd in te nemen, tot 7 jaar. Bij mensen die ouder zijn dan 85 jaar, is het effect van deze medicijnen al aangetoond na inname van minder dan 1 jaar
Sarcopenie
Sarcopenie betekent het verlies van de spierkracht en spierfunctie: spieren worden kleiner en minder sterk, u verliest spiermassa. Hierdoor ontstaat er spierkrachtverlies en functioneren de spieren minder goed. Dit ontstaat bij het ouder worden, dat is normaal. Te veel verlies kan leiden tot problemen met bewegen en het uitvoeren van dagelijkse taken. Ziekte, ondervoeding en gebrek aan beweging kunnen dit proces versnellen.
Sarcopenie is niet altijd te voorkomen, maar u kunt de gevolgen ervan wel verminderen. Bijvoorbeeld door:
- beweging;
- krachttraining (onder begeleiding van een (geriatrie)fysiotherapeut);
- eiwitrijke voeding (onder begeleiding van een diëtist).
